Het verhaal

450  jaar geschiedenis 
In 1578 bouwen de gebroeders Schellingwou hun mouterij tussen het Bolwerk in Franeker en de Zilverstraat. Mogelijk in 1860 wordt het grachtje dat door de mouterij loopt drooggelegd. Het bedrijf beëindigt na 282 jaar zijn werkzaamheden. In 1656 geven Hans Jansen en Antje Sjouke toestemming voor de bouw van een ‘schuilvermaning’. In 2012 vindt de laatste dienst in het Bolwerkkerkje plaats. Na 356 jaar sluit de vermaning haar deuren.

Hoe het allemaal begon
Zo’n 450 jaar geleden werd aan de Zilverstraat in Franeker een huis gebouwd dat eeuwenlang zowel een bedrijfsmatige als een kerkelijke functie had. De eerste dertien jaar heeft het waarschijnlijk uitsluitend als woonhuis gediend. In 1578 wordt het gekocht door de broers Daniel en Jan Schellingwou, die er een mouterij met droogschuur tegenaan bouwen. Ergens rond 1590 wordt het bedrijf overgenomen door de doopsgezinde familie Keest. ‘Moutmaecker’ Pieter Kases, eveneens wederdoper, koopt de mouterij en het woonhuis 25 jaar later van hen.

Immigranten
Al vanaf de Reformatie dient Franeker als vluchthaven voor doopsgezinden: Vlamingen, Waterlanders en Friezen. Hun gedachtegoed is nagenoeg gelijk, maar door het verschil in herkomst ontstaan er nogal eens irritaties. Zij kibbelen over details, maar hebben met elkaar gemeen dat ze hun geldzaken op orde hebben. Ze introduceren nieuwe ambachten, zoals het verven van lakens, leerlooien en bierbrouwen. Dit draagt in niet geringe mate bij aan de plaatselijke welvaart.

Een eigen kerk, maar klokgelui verboden
Na 1651 krijgen de doopsgezinden in Franeker toestemming om een ‘vermaning’, een doopsgezinde kerk, in te richten, mits het pand van buitenaf niet als godshuis herkenbaar is. Kerkgangers mogen het gebouw met niet meer dan twee personen tegelijk binnengaan en de deur mag niet aan de openbare weg liggen. Klokgelui is verboden en gezang mag buiten niet hoorbaar zijn. Ze nemen contact op met Hans Jansen en Antje Sjouke, een doopsgezind echtpaar en eigenaar van de mouterij,  Er wordt overeengekomen dat het bedrijf ruimte ter beschikking stelt voor de bouw van een vermaning. Zo ontstaat in 1656 op de bovenverdieping een doopsgezinde schuilkerk. Elders in het gebouw zet het moutbedrijf gewoon zijn werkzaamheden voort.

Godsdienstvrijheid in ruil voor geld
Het bouwen van de vermaning is nog volop bezig, als de Staten van Friesland bekend maken dat de staatskas niet voldoende geld bevat om hun vloot slagvaardig uit te rusten. Ze sluiten een lening van een half miljoen Carolusgulden af bij het doperdom. Later helpen de dopersen opnieuw, nu met een lening van een half miljoen Carolusgulden. Het is duidelijk dat na deze financiële steun het gedoogbeleid niet meer kan worden gehandhaafd. De doopsgezinden krijgen godsdienstvrijheid aangeboden. Vanaf dit moment zijn hun vermaningen geen schuilkerken meer.

Flinke opknapbeurt
De Verenigde Gemeente laat geen tijd verloren gaan om van de verkregen vrijheid gebruik te maken. Hun vermaning aan het bolwerk, ook wel Bolwerkkerkje genoemd, krijgt een flinke opknapbeurt. Spitsboogvensters geven de ruimte een sfeervolle uitstraling. Steeds meer doopsgezinden uit de omliggende dorpen gaan gebruik maken van de vermaning in Franeker. Vooral sinds 1740 is dat het geval. Het gebouw krijgt achtereenvolgens verschillende eigenaren. De laatste bezitter is de winkelier Peter Jurjens Waardenburg. Hij verkoopt de vermaning in 1864 aan een baptistische groepering die hier honderdvijfentwintig jaar lang haar diensten zal gaan houden.

Dopen in de gracht
In de lente van datzelfde jaar 1864 komt de eerste predikant van de baptisten, Johannes de Neuil, naar Franeker. Hij houdt op 24 april zijn eerste twee preken in het Bolwerkkerkje. De volgende ochtend stapt hij met zijn gastheer, zijn gastvrouw en twee bezoekers de Franeker stadsgracht in. Daar doopt hij de eerste baptisten in Friesland. Helaas wordt het koude water in de gracht niet altijd als aangenaam ervaren. Daarom wordt in december 1886 een doopvont aangeschaft, die vlak voor de preekstoel een plaats krijgt. Ongeveer duizend toeschouwers verdringen zich om een glimp ervan op te vangen. Dat het dompelbad in een behoefte voorziet blijkt wel uit het feit dat vanuit andere delen van Nederland, en zelfs van over de grens, verzoeken binnenkomen om hier de doop te mogen ondergaan.

Neergang 
Na de eeuwwisseling neemt het aantal leden gestaag af. In 1997 zijn er nog maar tien leden over. Op 7 juli 2012 wordt de laatste dienst in het Bolwerkkerkje gehouden: de rouwdienst voor Jantje Terpstra. Dit betekent het einde van de Gemeente van Gedoopte Christenen. De vermaning aan het bolwerk komt leeg te staan.

Redding voor de Mouterij
Om te voorkomen dat de voormalige vermaning aan de Staat vervalt, wordt de Stichting De Mouterij opgericht die de opdracht krijgt om de haalbaarheid van een restauratie te onderzoeken en het geld ervoor bij elkaar te krijgen. Een succesvolle aanpak, want een restauratie blijkt haalbaar te zijn.

Historisch onderzoek
Voordat Stichting De Mouterij aan de slag gaat, laat zij tweemaal een bouwhistorisch onderzoek verrichten. Er komen enkele verrassende details aan het licht. Onder de houten vloer van de kerkzaal blijkt een oudere vloer van plavuizen en gele baksteentjes te liggen. Midden daar doorheen loopt een gedempte achtergracht die, hoewel drooggelegd, toch nog enigszins watervoerend is. De kademuren zijn nog goed zichtbaar. Overspanningsbogen en andere restanten maken duidelijk dat de route van dit grachtje dwars door de mouterij heen voert.

Restauratie
Stichting De Mouterij heeft de kerkzaal met zorg gerestaureerd en geschikt gemaakt voor culturele activiteiten. De ontdekking van het grachtje is natuurlijk een sensatie die niet voor het nageslacht verloren mag gaan. Daarom wordt het door een glazen plaat in de vloer in zicht gehouden. De archeologische vondsten hebben volgens de bouwhistorici een hoge monumentwaarde. De uitzonderlijke insluiting van een achtergracht maakt de vloer zelfs van landelijke betekenis.

De officiële ingebruikneming van De Mouterij vindt plaats op 24 mei 2019. Er is veel belangstelling voor het gebruik van de zaal. De akoestiek is uitstekend. Koren kunnen hier goed terecht, zowel voor repetities als voor uitvoeringen. Maar ook religieuze bijeenkomsten, exposities en andere culturele uitingen vinden een stijlvolle ruimte in de Mouterij.

Ook iets organiseren in de Mouterij, dat kan!

Kijk op de verhuurpagina voor de mogelijkheden